PortShuttle uitgebreid met tweede shuttledienst

PortShuttle uitgebreid met tweede shuttledienst

PortShuttle is gestart met een containeruitwisseling via het spoor tussen de CTT Pernis-terminal en de deepsea containerterminals op de Maasvlakte. De trein gaat drie keer per week rijden. De nieuwe dienst moet tevens zorgen voor een flinke uitbreiding van de capaciteit voor containeruitwisseling tussen de Maasvlakte-terminals onderling.

PortShuttle is in 2015 van start gegaan met een neutrale spoordienst die vijf keer per week het Rail Service Center (RSC) Rotterdam en alle deepsea containerterminals bedient. Het doel daarvan was om de uitwisseling van containers niet alleen sneller en milieuvriendelijker te laten verlopen, maar ook om de kosten te reduceren. Dat is naar eigen zeggen ook gelukt. De kosten liggen tot wel 20% lager dan voorheen.

Vanuit de markt is recent de vraag gekomen om zo’n zelfde service op te zetten, maar dan vanaf de CTT Pernis-terminal. Dat moet zorgen voor optimalisatie van de positie van het railgoederenverkeer en daarmee de gehele Rotterdamse logistieke keten. Aan die wens is invulling gegeven door de nieuwe dienst.

‘Vergroeningsfonds nodig in binnenvaart’

‘Vergroeningsfonds nodig in binnenvaart’

Een vergroeningsfonds vanuit de overheid is hard nodig om de binnenvaart te verduurzamen. Anders is het nauwelijks mogelijk om binnenvaartschepen zo aan te passen dat ze schoner worden, stelt Evofendex, de organisatie van verladers en exporteurs woensdag.

Banken zijn huiverig om leningen te verstrekken, omdat er geen manier is om vergroeningsinvesteringen terug te verdienen, liet algemeen directeur Hester Duursema van binnenvaartbranchevereniging BLN Schuttevaer bij BNR weten. ‘De klant betaalt niet voor de reductie van fijnstof.’

Evofenedex wijst ook op de versnippering in de binnenvaart, waar veel schippers eigen baas zijn en met elkaar concurreren. De ondernemersvereniging ziet naast een fonds bijvoorbeeld ook langetermijncontracten met handels- en productiebedrijven als oplossing om makkelijker financiering te krijgen. Nu krijgen schippers doorgaans per opdracht betaald en dat maakt het risico voor banken groter.

Stijging haventarieven Rotterdam vastgesteld op 1%

Stijging haventarieven Rotterdam vastgesteld op 1%

De haventarieven in Rotterdam stijgen de komende drie jaar jaarlijks met 1%. Dat is de uitkomst van onderhandelingen tussen VRC, Deltalinqs en het Havenbedrijf Rotterdam. VRC-voorzitter en directeur van logistiek dienstverlener EuroNordic Kees Groeneveld maakte dat gisteravond bekend tijdens het VRC-diner. Groeneveld is tevreden met de uitkomst van de gesprekken. ‘De haven van Rotterdam ontwikkelt zich goed’, zegt hij. ‘Met deze tariefstelling laten wij dat ook aan de klanten zien.’

Het Havenbedrijf stelt in een verklaring dat het vastleggen van de tarieven voor meerdere jaren helderheid geeft in de markt. In 2014 werden de tarieven ook al voor drie jaar vastgelegd, eveneens met een stijging van 1% per jaar. Met de handhaving van de tariefstijging wil het havenbedrijf ‘de positie van de Rotterdamse havens als containerhub versterken’. Ook voor de binnenvaart is de tariefontwikkeling vastgesteld op een jaarlijkse groei van 1%.

Tankers die ruwe olie vervoeren krijgen een extra korting van 1,5% op de jaarlijkse stijging van 1%. Dat is een verlenging van eerder gemaakte afspraken, zegt een woordvoerder van het Havenbedrijf. ‘De tarieven voor ruwe olietankers lagen in het verleden hoger dan de tarieven voor andere marktsegmenten zoals de minerale olieproducten. Met deze korting wordt dat verschil verkleind.’

De havengelden vormen samen met de huur en erfpacht de belangrijkste inkomstenbronnen van het havenbedrijf. In 2016 ontving het Havenbedrijf 295 miljoen euro aan zeehavengeld en 14 miljoen euro aan binnenhavengeld. De huur en erfpacht van terreinen leverde vorig jaar 349 miljoen euro op.

Scheepsschroef geprint van 200 kilo

Scheepsschroef geprint van 200 kilo

Foto: Ries van Wendel de JoodeIn de haven van Rotterdam is voor het eerst een scheepsschroef gefabriceerd met behulp van een 3D-printer. De schroef van circa 200 kilo en met een diameter van 1,35 meter werd donderdag gepresenteerd bij Damen Shipyards in Gorinchem, zo meldde Havenbedrijf Rotterdam.

Voor het uiteindelijk printen van de schroef werkte Damen samen met RAMLAB, onderdeel van het havenbedrijf, dat in Rotterdam een zogeheten fieldlab heeft voor 3D-metaalprinters. Ook de bedrijven Autodesk en Bureau Veritas waren onderdeel van het samenwerkingsverband. Volgens de bedrijven gaat het om de eerste gecertificeerde 3D-geprinte scheepsschroef ter wereld.

De partijen onderzoeken momenteel hoe ze de technologie die is gebruikt ‘commercieel inzetbaar’ kunnen maken. Daardoor moet het in de toekomst mogelijk worden om metalen onderdelen voor machines, schepen of andere toepassingen maritieme industrie direct te printen als daarnaar vraag is.

Vestas strijkt neer bij BOW in Vlissingen

Vestas strijkt neer bij BOW in Vlissingen

De Deense windmolenbouwer Vestas gaat een productielocatie openen op de BOW Terminal van de Kloosterboergroep in de haven van Vlissingen. Het bedrijf heeft een overeenkomst getekend voor het gebruik van twintig hectare grond voor de assemblage van windmolens. Daarmee groeit de Vlissingse terminal uit tot een complete dienstverlener voor de offshore windindustrie op de Noordzee. Tot nu toen hield BOW zich vooral bezig met de afhandeling van funderingen (monopiles) en de transition pieces, de verbindingsstukken tussen funderingen en windmolen masten.

De nieuwe vestiging gaat in het najaar van volgend jaar open en zal naar verwachting zo’n vijftig nieuwe banen opleveren. Het eerste project wordt het Belgische Norther: een park van 44 turbines van acht MegaWatt op 23 kilometer uit de kust voor Zeebrugge, dat in 2019 klaar moet zijn. Dat wordt gebouwd door Van Oord en Marine Contractors in opdracht van een consortium van het Belgische Elicio (50%), Eneco (25%) en Mitsubishi (25%).

De Denen verwachten ook windturbines te gaan leveren voor drie van de zogenoemde 700MW-parken, die de komende jaren op het Nederlandse deel van de Noordzee gebouwd worden. Daarbij gaat het om Borssele, Hollandse Kust Zuid en Hollandse Kust Noord.

Bo Bjerregaard van MHI Vestas ziet de Vlissingse vestiging als een belangrijke stap om de positie van het bedrijf op de Nederlandse markt te verstevigen. Het Deense bedrijf is samen met het Duitse Siemens wereldmarktleider met de productie en levering van offshore windmolens.